Invasieve exoten in het werkgebied van Ecomare

Deze week is het de week van de invasieve exoten. Het is de bedoeling om op de strandvondstenkar en in het zeelab extra aandacht te geven aan invasieve exoten. Hierbij wat achtergrondinformatie.

SAM_6662Op het land hebben we:
Konijn, al vanaf de Middeleeuwen ingevoerd, voor de vellen, heeft grote invloed op de duinbegroeiing.

Huismuis en bruine rat, ongetwijfeld al eeuwen geleden per ongeluk ingevoerd. Veroorzaken schade in cultuurland en in huizen.

Huisspitsmuis, sinds een jaar of tien per ongeluk ingevoerd op Texel. Deze soort is een bedreiging voor de inheemse waterspitsmuis, en heeft ervoor gezorgd dat kerkuilen op Texel algemeen zijn geworden.

Aardmuis, rosse woelmuis en dwergmuis, per ongeluk ingevoerd, met deze soorten loopt het niet zo’n vaart op Texel. De eerste twee vormen wel een bedreiging voor de noordse woelmuis.

Fret, in het verleden per ongeluk ingevoerd door jagers, ontsnapte dieren, later actief uitgeroeid. Ze waren een bedreiging voor grondbroedende vogels.

Zandhagedis, recent is een vrouwtje met eieren gevonden, waarschijnlijk met opzet ingevoerd.

Groene kikker, was vroeger inheems, is op natuurlijke wijze uitgestorven na de koude winter van 1963. Enkele tientallen jaren later opzettelijk ingevoerd door een bioloog van het NIOZ.

Fazant: ingevoerd door jagers, wordt nog steeds geholpen.

Nijlgans, Canadese gans: op eigen kracht hier zo’n 25 jaar geleden terecht gekomen, via uit volières ontsnapte dieren.

Amerikaanse vogelkers, opzettelijk ingevoerd, werd later als grote plaag gezien, valt op Texel wel mee.

Rimpelroos: opzettelijk ingevoerd, is wel een plaag in de duinen.

Op natuurlijke wijze areaaluitbreiding: zeewolfsmelk, zeevenkel, zeekool.

Ooit dood op Texel gevonden: muskusrat, beverrat, mol.

Ooit opzettelijk ingevoerd, later uitgestorven: patrijs

SAM_6662In zee hebben we:
Strandgaper, ingevoerd uit Noord-Amerika door Vikingen, vormt althans nu geen problemen.

Paalworm, scheepsworm: zeer problematische invasieve soorten tweekleppige die in hout boort, richt enorme schade aan bij houten beschoeiingen, schepen en wrakken.

Groene zeeduizendpoot, waarschijnlijk eeuwen geleden onopzettelijk ingevoerd.

Manzelleria viridis: andere worm op het wad, onopzettelijk ingevoerd rond 1995.

Wolhandkrab, sinds 1955 in de Waddenzee en in zoetwater te vinden. Aanvankelijk massaal en problematisch, nu niet meer.

Japanse oester, rond 1970 opzettelijk ingevoerd door oesterkwekers, daarna massaal verbreid, wordt door sommigen als probleem gezien.

Amerikaanse zwaardschede: onopzettelijk ingevoerd in jaren 80 met ballastwater uit Noord-Amerika, nu massaal. Komt voor op plaatsen waar vroeger geen of weinig schelpdieren leefden. Vogels en mensen profiteren er nu van.

Japans bessenwier, begin jaren ’80 per ongeluk ingevoerd, verstikte havens, hier in de Waddenzee valt het mee.

Nieuwzeelandse zeepok, ingevoerd na de tweede Wereldoorlog door Britse oorlogsschepen, veroorzaakt geen enkel probleem.

Vissen: knorrepos, dorade (misschien op eigen kracht hier gekomen), zeeforel. Tot nu toe geen problemen met deze vissen.

Amerikaanse longlobribkwal, Mnemiopsis leidyi, in Zwarte zee en Kaspische zee agressief plaagvormend, hier valt het enorm mee.

Amerikaanse boormossel, muiltje, begin vorige eeuw ingevoerd, nu niet problematisch.

Veel dieren en wieren op pontons in havens en aan dijkvoeten: knotszakpijp, slingerzakpijp, blaasjeskrab, roodsprietgarnaal, diverse soorten spookkreeftjes en sponzen, oesterdief (een soort wier), diverse roodwieren. In het algemeen zijn deze beestjes en wiertjes niet problematisch.

Op natuurlijke wijze areaaluitbreiding: kleine heremietkreeft, kortsnuitzeepaardje, misschien dorade, knoopwier.

Ooit opzettelijk ingevoerd: Engels slijkgras, zou pest zijn op kwelders, valt volgens mij erg mee.

Door: Arthur Oosterbaan